KOBUS WORDT GEARRESTEERD. 127
de derde maal hoorde snikken van leege bedden en moord.
„“Wat is 'r met de dienstbode van Zwalu w?”—, vroeg-ie.
„O — burgemeester — burgemeester!” — nok-griende de ouwe meid, zwaar onder *r bovenrok gebarend, om ’r zakdoek te grijpen: „O, dehééle femilie is weg en Kobus — de stéker — wil me m o 11 e!”
De burgemeester keek somber. Na den brand in de logeerkamer was-ie n weinig achterdochtig gebleven.
Nu spookte t weer.
„Laat de meid bij mij in de kamer” —, beval-ie: „dit geval wil ik persoonlijk onderzoeken. . . .”
De groen-gevoerde deur van het kabinet suisde toe.
De brigadier hernam z’n potlood voor de rechte lijnen, tot-ie gescheld werd.
Nog geen half uur later keken de menschen uit de ramen.
De burgemeester met twee agenten èn ouwe Chris, stapte met ambtspassen.
Ongetwijfeld had de familie Zwaluw eene dienst-boden-quaestie.
De burgemeester groette nauwelijks, zoo zat-ie in de schaduw zijner gedachten.