Gevleugelde daden

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Gevleugelde daden

Jaar
1911

Druk
1923

Overig
4ed

Pagina's
197



118    ZEVENDE KAPITTEL.

„’k Nam net zoo lief met z’n allen morfine in,” zei Pieter moedeloos nederliggend.

Hij was dood-op van tloopen, ’t knielen, ’t hurken, voelde zich ziek van de ééne sardine, 't halve broodje, den slok wijn, de natte kleeren.

Mevrouw, angstig-bleek, at worst. Ze kon ’t niet langer uithouden. Vel en al slikte ze gretig — tot an ’t streepje dat Pieter getrokken had.

Amélie hield de wacht, bibberend, kijkend naar de boomtoppen, ’t gras, de struiken, de zerken van ’t kerkhof.

Zeurig tekkerde de regen, de bladeren benee be-ritslend, ’t toren-plat smijdig verslijkend.

De uren kropen.

t "Was ’n dag, zoo oneindig, zoo noest-lang, dat ze vermoeid insliepen, meneer languit ronkend, mevrouw zittend tegen de borstwering. Amélie hangend over de tinnen.

Toen ze ontwaakten, was ’t nog dag, bijna scheemering.

Sprakeloos aten ze de laatste millimeters worst, de laatste kruimels brood.

De regen stroomde sterker.

Uitgeput leien mevrouw en Amélie in de nattige bulten, pogend te slapen.

Meneer, die de acetyleen had opgestoken — nog ’n uur kon die branden — bestaarde de duisternis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.