ZEVENDE KAPITTEL.
EEN TRAGISCHE DAG.
„Wee, wee, wee wie het weet! Melodieën van leed Omruischen me als regenvlagen: En roepen: Vergeet! Vergeet!”....
(Albert Verwey.)
„Ik weet niet waar ik sterven zal.” (Mcjltatuli.)
„Wellicht zullen de dames het wel het aangenaamst blijven achten, om alleen huishoudelijken arbeid te doen”....
(Bijdragen tot den strijd over God, Eigendom en Familie, Mr. S. van Houten).
Nog nimmer had de uchtendstond zóó vroeg goud in den mond gehad.
Om vier uur, klaar-lichte dag, keek de heer Zwaluw, geel-gróen en verwezen, op z’n horloge.