Gevleugelde daden

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Gevleugelde daden

Jaar
1911

Druk
1923

Overig
4ed

Pagina's
197



98    ZESDE KAPITTEL.

„Dat weet de hemel,” zei meneer: „weken aneen komt hier geen levende ziel. En als we verhongeren moeten, verhongeren we met mekaar — da’s ?n troost.”

Hij blies de acetyleenlamp uit. De sombere stemming versomberde, ofschoon de sterren lieflijk schenen en de stilte aanbiddelijk was.

„We zijn voorgoed ridikuul,” snikte mevrouw. „Da’s ’t minste,” antwoordde hij poenig.

„?k Ben dood op.”

„Ga liggen!”

„Liggen op die smerige planken ? Voor geen goud!” „Je zal wel moeten, kindlief. Wil je mijn jas hebben?”

„Nee,” zei ze driftig: „’k verlang naar me bèd!” Zwijgend over mekaar, tusschen de donkere wallen van den toren, keken ze van de sterren naar de diepten terzij.

’t Proper mane-sikje belichtte de zerken van ?t kerkhof, de stompen der ruïne, de zware struiken. Geen schim-van-’n-geluid was te hooren. In ?n woestijn kon *t niet eenzamer.

„Eenig” ...., begon Amélie weer, maar snel dat ophitsend woord verslikkend zei ze: „eenige troost is ’r, dat Kobus zal zóéken” ....

„Dat zal-ie niet,” viel pa ’r in de rede: „hij zal z’n mond houen” ....

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.