Gevleugelde daden

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Gevleugelde daden

Jaar
1911

Druk
1923

Overig
4ed

Pagina's
197



96    ZESDE KAPITTEL.

afstrompelen en beneden de hoofddeuren gesloten vinden. Ze zaten geknipt, onherroepelijk geknipt. Zonder hulp van menschen kwamen ze er niet af en de hulp-van-menschen beteekende de lachwekkendste openbaring.

„Pa, hoe kom u zoo onvoorzichtig,” zei Amélie, die moeite had ’t niet uit te schateren, zoo héérlijk als ze de historie vond.

„Ja! Hoe kom ’k,” praatte pa met akeligen galgenhumor, ’n humor die *m slecht af ging — z’n bleek gezicht was ’r niet mee in accoord-bevinding: „hoe kun je denken dat vlerken zóó brandbaar zijn, hè? Zeg an je ma, kind, dat ze ophoudt met huilen. Dauw in den vroegen nacht is ongezond” ....

„Laat me met rust!” zei mevrouw verwoed; „Ik blijf hier niet slapen, versta je!”

„Dat zal toch wel moeten” ....

„Ik doe ’t niet,” zei mevrouw heftig.

„Je kan toch moeilijk verlangen dat 'k na beneden spring als Jan van Schaffelaar,” betoogde meneer rustig: „we moeten hopen op den een of anderen wandelaar” ....

„D’r wandelt niemand,” huilde mevrouw nerveus: „dat weet je wel. We verhongeren honderd tegen één” ....

„Eénig” ...., haperde Amélie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.