MIJN BEGRAFENIS 139
je er. Adi slager, kruidenier, groenteboer, bakker, melkboer, huurbaas, belastingautoriteiten, kleermaker! Adi. Ik lach jullie uit. Ik, onder mijn deftig zwartlaken en mijn kransen. Ik die hier alleraangenaamst lig, terwijl mijn ergste vijanden, zelfs mijn buren, goed van me dienen te spreken en niemand iets van me te vorderen heeft. Mijn jongen, dit is de couronnement de Védifice. Een éérste klas begrafenis is de grootste bofferij, een vriendelijk feest, zonder grauwen morgen of haarpijn. Alles concentreert zich opeens om je heen. En die dure kransen ... en die dure koetsen ... en die dure rokken en overhemden ...”
Werkelijk, het denkbeeld van met veel ceremonieel, veel nette rijtuigen, veel kransen, begraven te worden is een vertroostende eindgreppel op het grasveld van 5t leven, waar we rustig te grazen loopen, bang voor een molshoop (alweer ’n onguur beeld zonder pretentie). Ik misgun een doode zijn stoet geenszins. Het lijkt me volkomen gezellig door veel menschen te worden weggebracht, van een genoegelijkheid zonder einde, veel statie, véél uitpakkerij, geen katterigheid. 0,5k hoop maar dat Lou tegen dien tijd goed in z’n contanten zit.