Kleine vertelsels

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Kleine vertelsels

Jaar
1906

Druk
1953

Pagina's
140



FONDANT    119

„Zouen we nou maar niet gaan verzitten?”

„Hè, nee, tante!”

,,’t Is zoo dol mevrouw, om nog éven te blijven.”

„Jullie bent kinderen.”

„Vanmiddag heb ’k 5n mijnheer aan 5t strand gezien en die bleef nog zitten, toen ’t water ’n heel eind ver was. Toen moest-ie z’n kousen en schoenen uittrekken. Nee Jet, ’t was om te gillen.”

„Was dat die met de roode snor?”

„Precies-die.”

„Neem u nou nog een fondant, mevrouw.”

„Nou nog ééntje.”

„Die in 5t goudpapier is heel lekker. Daar zit geglaceerde kastanje in. Proef u wel?”

„Pas op de golf, Jet!”

„Nee, die komt niet zoo ver ... Jij nog, Corrie?”

„Zijn d’r nog van die ulevellen?”

„Nog een.”

„Nou zal ik beter oppassen. Hier heb je ’t papiertje.” „Waarom lach je zoo?”

„Nee maar, wat 5n onzin! Aa-a-a-a! Nee maar ’t is om te gillen:

„Hij die U minnen zal tot aan zijn dood „Heeft wenkbrauwen en haren rood.”

„Da’s de meneer uit den badstoel vanmiddag!”

„Kom meisjes, doe niet zoo kinderachtig! Zouen we niet gaan verzitten? Kom Hendrik!”

„Toe tantetje, nog één golf!”

„5t Wordt zoo guur, kinderen.”

„Oe! Oe! Hoera!”

„Hè, dat scheelde weinig!”

„Sta u maar op, tante—wij zullen uw stoel wel verzetten.” „Roep oom nou ook. Z’n voeten zullen nat worden.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.