HEVIG AVONTUUR VAN TANTE MIJNTJE III
den, was tante Mijntje, zoo zuiver en zoo goed sensitiviste als de grootste, doodste sensitivisten onzer dagen. Had Toto het stukje suiker vergruizeld, dan was de beurt aan Titi, die minder mooi öpzat.
Weer sprak tante Mijntje, liefderijk toeterend „Shoo . . . Shoo . . . Nou jij ? Shal jij nou is mooi shittèèè . . . Nee shoo niet. . . Shoo . . . Shoo . . . En 5n pootje . . . Nee dasch 5t verkeerde pootjèèè . . . Mag jij je linkerpootje geve . . . Shoo, ’t rechter . . . Nou ben je ook 5n shoete hond . . . héél shoet. . ., héél shoet. . . Shoo . . . Open je bekkie . . . me lekkere babbemerabbedie .. . me vette toetemeremijntje . . . gotogot watte dikshak . . . watte lekkere dikshakke . . . Hebbe jullie 5t goe-oe-oe-d bij vrouwtjèèè? . . . Hebben jullie 5t goe-oe-oe-d . . . nou sheg nou is wat. . .!”
Raf-raf-raf-raf! Raf-raf!
Wef-wef-wef-wef!
Dat was ongeveer het begin van eiken avond. Zij dronk thee, las haar krantje, sprak met de honden. Als ’r buiten iets ritselde, sprak ze harder, nazaler . . . „Pak sche . . . Kisch-kisch-kisch . . . Pak sche . . . Pak sche” — bromden de dikke, logge, slaapzieke pucken.
Eens in de week was er visite. Om zeven uur, Donderdags, kwamen Marie en haar zoontje Bennie thee drinken, moesten Toto en Titi samen in één leunstoel, was de rustige kamertjesgezelligheid van klokkegetik, puckengesnurk en bescheidenlijk herdersleven op ’t komfoortje ruwlijk verbroken. Marie was 5n zusterskind, eenige erfgename van tante Mijntje, die buiten haar pensioentje ’n twaalfhonderd gulden minstens op de spaarbank had. Bennie was ’n kwajongen. Ja in werklijkheid, 5n kwajongen, die de pucken an d’r staart trok en eens in de gang ’n voetzoeker had afgestoken. Als nichie Marie met Bennie thee dronken, tukte tante Mijntje niet, tukten Toto en Titi onrustig. Maar de