VERZOENINGS-FEEST.
Nog rammelde ’t geratel der wielen door de zon-lichtende vensters, toen Jet, ’n amandel openbrekend, ’r gekropte bezwaren luchtte:
„Ik mot jullie allemaal nog wèl feliciteeren — da’s ’n héél prettig begrafenis-dejeuner geweest. As Piet niet zoo prachtig gespeecht had, was ’k in slaap gevallen.*
„Gespeecht, gespeecht!*, verdedigde zich Piet: „’k zie nog eerder kans moeder d’r lorre toe te spreken, as ’t geval dat we daar net hier hadden! Hoe kan iemand zoo stekeblind zijn, zoo’n mensch te trouwen? Heb je gehoord hoe ze déjeuner-dinatoire uitsprak? Niet om na te vertellen! Hahaha!*
„Eenig!*, lachte Trui: „bij de zalm gebruikte ze ’r gewone mes inplaats van ’t visch-couvert — en van de compote maakte ze met ’r aardappelen 'n moesje! As ’k langer gekeken had, was ’k onlekker geworden.*
„Da’s ’t minste,* viel Willem haar in de rede: „tafelmanieren zijn an te leeren. Dat zal Jan 9r wel voordoen. Maar ’n schoonzuster, die met ’n heele collectie andere meiden verlejen jaar in de Wereldkroniek — hoe heet die operette ook weer ? Enfin de naam doet ’r niet toe! — gestaan heeft, met ’r beenen in tricot — ’k mot zeggen: daar boft de familie mee!*
„Geloof jij, dat die fatsoenlijk is?*, vinnigde Guus: „ik vertrouw V geen cent.*
„Nou, nou!*, suste moeder: „praten jullie niet zoo onaardig. Als hij maar gelukkig is*...
„Moe, hou ü uw mond,* sprak Trui scherp: „ü heb ’t gewild, en ü heb uw zin, maar bij mij hoeft ze niet over de vloer te komen.*
„Bij mij nog minder,* zie Piet beslist: „’k zou me geneeren voor me kindermeid. Da’s waarachtig