13 2 DILEMNA.
week afloopt — d’r wone meer mensche as bij ons in 't heele land — en misschien benne d’r wel tien strate van die naam — ’t gaat daar alles in’t groot”____
Rustig ophakkend, prettige slobber-slokjes van de twééde kom koffie nemend, en met iets nattigs an ’r wimpers om de aanstaande reis en de gezelligheid zooas je ’t alleen in je eigen land had, bleef ze over de groote stad voortzwammen....
De verrassing, waarover ze aan boord van de „Batavier” nóg niet uitgepraat waren, kwam op de eigen kamer boven, nog geen tien minuten na de visite. Want terwijl de vrouw van den bassist bezig was de boterhammen voor de reis te smeren en ze met schijfjes bloedworst en reepen zure zult te beleggen, stond de Engelschman, zoo maar zonder kloppen binnen gekomen, ineens voor ze, en zonder de pijp uit z’n mond te nemen door ’n mondhoek pratend alsof-ie in ’n kelder zat, lei-ie ook twee rijksdaalders naast ’t mandje met den mondvoorraad, bewoog, listig de oogleden, zei stug:
„That’s for you — as jij met de papiere wicht. Ik heb geen haast. Wanneer jij mijn papiere niet vind, krijg jij met Januari nóg vijf gulden. Right? Goodbye....”
„Da’s ’n historie,” zei de muzikant.