EEN STRIJDER. 123
Na diè beleefde weigering stotterde ’t gesprek. Tot aan de deur liet-ie ons in z’n zwembroek uit. Daar, zich schuil houdend voor de overburen, beklemd tusschen den bepleisterden wand en de brievenbus, riep-ie ons nog door den kier na: „Vergeet nooit de spreuk: „de Zon en de Koe!”
„Nooit!” zeiden we, blij dat we ’r uit waren.
De schoenmaker in 't benedenhuis keek over z’n hor, grinnekte. Voortstappend, moet er waarachtig — na ’t éérst vereerend aanzoek voor commissaris van ’n Naamlooze Vennootschap — in onze oogen iets van de generatie eener Koe geleefd hebben.....
Sept. ’06