Ja, Pop."
„Niet zoo voorover buigen!”
„Nee, maak je niet ongerust.”
Ze hield hem toch maar stevig vast bij zijn bretels, terwijl ze angstig achterover leunde.
Eindelijk was ’t er.
„Was dat ’t laatste?” riep Hen tot den kruier, die nog an ’t zoeken was in den wagen.
Ja, meneer.”
„Kom nou van ’t raam weg, Hen!”
Ja kindje.”
In zijn hemdsmouwen droeg hij de mand naar achter.
Nu kwam de kruier binnen, die het raam weer in orde bracht. Pop was niet eerder gerust vóór het ijzeren gewicht aan het koord hing.
„Zoo’n raam er uit, vind ik het verschrikkelijkst van een verhuizerij.”
Je bent een zottinnetje.”
„’k Heb geen gerust oogenblik gehad toen jij er bij stond.”
De kamer was vol met stoelen, pakke% kisten, schilderijen en rommel