186 KLINIEK.
„Exitus letalis 1) staat te wachten... Tijd niet te bepalen” ...
Wat of profester nou weer zei... Joopie kon ook Frans parrelevinke... Maar nou was ’t gedaan. Profester kleedde d’r an en de zuster kwam binnen. Ze was in ééns klaar wakker, nou ze heen mocht, bij Toos. Zuster droeg haar weg in de wollen deken. Toos lee al te kijken.
„Wat be jij ’n tijd weggebleve!" ...
Riek bleef even ademhappen van benauwdheid onder de dekens. Toen zei ze met oogen gróot-open: „Ze hebbe me lekker niet... gesneje”...
1
De dood.