194 VERBEELDINGSLEVEN.
Mien riep nog wel ’ns door de spreekbuis „Trrrrrrr Trrrrrr! Volle kracht, vooruit.”
Maar de gezichtjes waren bleek. De angst voor nachtverschrikkingen na ’t onverwacht loeien der koe was er in.
Toen, na nog *n poosje, liet Mien anleggen, stapten ze uit de boot en aarzlend, schuw van doen, schoon Mien dee of ze van niks bang was, liepen ze de steenhoopen langs, de straat in aanbouw voorbij, schrikten nog even door *n voorbij-reutienden trein, gingen handje in handje de Linnaeusstraat in, waar menschen liepen en lantaarns brandden____