kippevel van. Stevig drukte hij de vingers aan. Toch hoorde-ie gillen, kermend gillen .... Hij hield ’t niet uit O! O! O!.... De dingen in de wachtkamer namen dwaze proportiën aan, de tafel werd grooter, deinde weg, heel ver schuin-achterover — de stoelen schemerde heen — het werd alles ’n heete, weeë benauwenis...
* *
*
Dokter maakte hem bij. Hij was stillekens flauw gevallen bij de gedachte dat Marietjes kies ’r met ’n knik uit was gekraakt.