7 6 DRENKELING.
Schreeuwend retireerde de artistieke leider van het gezelschap de hand.
Kops stond als een pilaar. Hij liét zich niet voor de mal houden. Komediespele was geen kwajon-gensboel. En wie ’n korporaal van de infanterie an z’n kuite kwam, die most vóéle as-ie niet hoore wou.
Langman lag op handen en voeten te „schuimen.”
De golvende zee sloeg wolken stof naar zijne 'oogen en die kerel móést toch weg.
„Ga je d’r af!” fluisterde hij heesch.
„As je wèer aan me lijf komt!” waarschuwde Kops dreigend .. . werkelijk dreigend.
De Regie gaf het op, kroop naar de coulissen terug, bleef daar fluisterend razen tot het eind van het bedrijf, toen Kops bedaard voor het jacht van den graaf op zijde week.
Dien avond — in een ons zeer bekende schouwburg en nog zoo lang niet geleden — geschiedde er na het vierde bedrijf bijna moord en doodslag.
Gelukkig had de Critiek er niets van bemerkt — het was geen première — zoodat de zaak van den op wilde golven staanden Kops onvermeld bleef.