DRENKELING.
Achter de schermen evenwel hadden tragische gebeurtenissen plaats.
Langman, de regisseur, was razend naar het water gesneld, wenkte den korporaal met zwaaiende armen. Kops zag hem niet.
„Pst!.. . Pssst!. .. Stommeling!... Pssst!” . ..
Voorzichtig draaide de „Republikein” het hoofd om, zag den verhitten, woedenden regisseur, bewoog zich niet.
„Kom ’r uit, kerel!... Kom hier!”...
De soldaat haalde de schouders op, keek kalm naar de golven die zijn slijkrige schoenen omspoelden.
„Hoor je me niet!... Pssst... Pssst!... Uilskuiken! ... Ezel... Pssst! Kom uit ’t water!” .. .
„Val jij maar om!” bromde Kops in zijn val-schen baard: ,,’k zal me door jóu laten komman-deere”. ..
En rustig luisterde hij naar de grappen van den komiek, die straks den verrajer zou ontmaskeren.
Langman huilde van woede. Daar had je me nou ’n décortje, waar-ie dage an gewerkt had, ’n regie-tje om te stele. En dat ’t publiek ’t niet in de gate had!
Kwaadaardiger riep hij den soldaat nog eens* nóg eens; toen listig als een slang, kroop hij op handen en voeten langs den oever van ’t water, schuifelend om niet in de zaal gezien te worden.
Kops zag hem niet.
Vinnig rukte Langman aan een van de Repu-blikeinsche slobkouzen, héél vlug. Als ’t publiek ’t zag, viel het stuk.
„Ga d’r uit!” siste hij nog eens.
Op zijn beurt werd Kops echter kwaad, beloerde den regisseur met nijdige oogen en toen deze weder de hand uitstrekte naar een slobkous, trapte hij hem bedaard op de vingers.