DRENKELING.
In de kleedkamer der figuranten kwam nu een algemeen gehaast.
De sergeant, in de deuropening, grinnikte luid om het malle vertoon.
Willemsen had een broek die driemaal te wijd was, liep vloekend rond om een touwtje te leenen; De Bruin pakte een baard die hem op Rinaldo Rinaldini deed gelijken; snuggere Kops zocht in zijn onderbroek naar de slobkousen die uitgelegd moesten zijn.
Het schelletje van de regie had geklonken.
Er werd een zwaar-gemonteerd melodrama gespeeld.
In het eerste bedrijf waren paarden op het tooneel geweest, goed-gedresseerde paarden, die zich niet aan buitensporigheden hadden te buiten gegaan.
In het tweede bedrijf, een werkelijke waterval met écht Vechtwater, dat met een plassie naar beneden stortte en waarin een verstooten dochter zich verdronk, nadat zij haar verleider — een graaf — gevloekt had.
Het derde bedrijf, spelend in de Catacomben van Parijs, gevuld met vergiftige adders en slangen,
n