6 4- BROERS.
verloren hebt. .. En onze arme moeder .. . die niets ziet...”
Hij was heengegaan. Alleen op mijn kamer opende ik het venster, zag de zwarte vormen van het prieel in den tuin.
Verbeelding is een ramp, dacht ik bij het zonderlinge van die twee vermoedens, die twee angsten.
Maar korten tijd daarna zag ik beiden kwijnen, beiden sterven, beiden heen pratend over de eigen ziekte, beiden wanhopig-bezorgd over elkander.
Niet licht vergeet ik dien eersten avond in het prieel” .. .
Triestig zweeg de verteller.