169
Het spreekt vanzelf, dat de „nieuwe buren” bekijks hadden. Elk meubelstuk, dat bij ons in huis werd gedragen, werd gekeurd door de glimmende spionnetjes in de straat; elk bezoeker passeerde de spionnetjesrevue en ik zelf kon als ik het straatje afwandelde niet opkijken, of ik zag hoofden in de spionnetjes. Gezellige dingen voor thuis-hokkende buurtjes.
In haar eerste schoonmaakwoede — een woede die het bij dergelijke gelegenheden niet onder vier weken stellen kan — nam mijn vrouw een schoonmaakster uit de buurt, die ook bij de twee oude juffrouwen en bij den dominee over den vloer kwam. Met veel liefde en toewijding begon die van „de buurt” te verhalen — de meest barre geschiedenissen. De meneer van 37 leefde zoo slecht met z’n vrouw •en kwam ’s nachts om 2 uur thuis. De mevrouw van 39 liet den slager wel drie, vier maanden op z’n geld wachten. De juffrouw van 41 was al voor de tweede maal getrouwd en die had zoo’n last van torren in d’r keuken. Die van 43 . .. Maar je zult wel gemerkt hebben, dat wij oneven woonden.
Toen de verhuisschoonmaak voorbij was, werd onze schoonmaakster bedankt. Ze keek zuur. Ze had op minstens ééns in de week gerekend. En bij het afrekenen maakte zij een lichte herrie over een verschil van tien stuivers, die zij meende dat haar nog toekwamen, terwijl mijn vrouw er een eed op kon doen.... En zoo voort. Je zult zeggen, mon cher, dat ik langdradig ben en je allemaal overtollige dingen vertel. Maar de rooie gordijnen én de schoonmaakster zouden het ’m doen.
Op een dag kwam ik thuis en klaagde mijn vrouw.
„Henri — vin je niet dat de menschen hier raar doen?”
„Raar?” vroeg ik: „wat doen ze dan?”