134 TROUWE BET.
volgen en zonder draai — was een exempel. Drie en twintig jaar diende zij dezelfde menschen — als schoonmaakster. Van Bet’s man of gewezen man weet ik niets. Mógelijk was zij maagd. Ik weet niet of zij kinderen, neven, nichten, broers, oomes of, èn tantes had. Ik weet alleen, dat zij trouw drie en twintig jaar tweemaal in de week bij dezelfde menschen schoonmaakte èn dat voortreffelijk deed. Ook haar van is mij onbekend.
Bet had geen markant voorkomen. Hoogstens herinner ik mij een paar waterige oogen, wat sproeten en een mond met uitstekende koolstompjes.
Bet kon je voor alles gebruiken.
Op een dag werd de juffrouw van de „menschen* ongesteld.
Zoover gevorderd dien ik die menschen voor te stellen. De hij was een broer, de zij een zuster, beiden ongetrouwd gebleven om elkander niet te verlaten (alweer een gegeven), beiden diep in de zeventig.
De juffrouw werd ongesteld. Bet dadelijk geroepen, nam het huishouden waar tegen tachtig centen per dag en de kost. Hartelijke meid! Dan bracht ze ’n kommetje koffie naar het bed van de zieke, dan een bordje soep van enkel-kracht. ’n Tref als je onder zulke omstandigheden een ouwe gediende bij de hand hebt.
De juffrouw werd gelukkig beter. Je dacht zéker dat ze dood zou gaan en vèrvölgens de trouw van Bet zou blijken. Geenszins. Het ware een weinig banaal.
Nog wel twee jaar na die ziekte bleef Bet bij de „menschen”. Ze hadden elkander in die dagen van beproeving leeren kennen. Ze wisten wat ze aan elkander hadden. Niemand wreef zóó de linnenkast als Bet, niemand kon zóó de keukenwanden afzee-