ï 18 PER TELEPHO ON.
„En kan jij niet naar je vrouw en je kind infor-meeren?”...
„Ja — dat kon ’k wel”...
„Je heb ’n jongen”...
„Zoo meneer.”____
„Hij heeft al haar”...
„Zoo meneer”...
„En ’t is best afgeloopen”... .
„Zoo meneer”.....
Rang. Afgescheld.
„Netjes,” zuchtte de slager; „dat heb ’k nou eens lekker opgeknapt! D’r mosten óveral telephoons zijn!” ....
Toen, blazend, transpireerend, ging hij met Jan naar boven en bracht Antje naar de logeerkamer.
9n Meneer kon je niet onder de dakpannen ontvangen.