Spreekt het niet vanzelf, dat er een nieuw geslacht zal opstaan, dat eenvoudig zal weigeren nog langer afhankelijk te zijn van de genade of ongenade van derden? Dat zij zelfbewust en trotsch zullen weigeren nog langer te fungeeren als barometer, waarvan men de stand der beschaving kan aflezen van het land waar ze leven? Zij zullen gesteund door besef van eigenwaarde, weigeren het eeuwige da-capo op hun lijdensweg te aanvaarden, maar eigen lot in eigen hand nemen.
Hun roep zal zijn: „Op naar het eigen Vaderland”. Een nieuwe toekomst tegemoet. Een toekomst, die zal moeten aantoonen of we nog voldoende kracht hebben overgehouden ons bestaansrecht te bewijzen. Op eigen bodem staande te toonen, dat wij de zin der historie begrepen hebben, met de daad te bewijzen een uitverkoren volk te zijn.
Sterk door lotsverbondenheid, sterk in de afweer van het gemeenschappelijk gevaar, maar boven alles, sterk in de positieve opbouw.
Vereend en sterk door de wil de levensfakkel door te zullen geven aan een volgend geslacht. Te leven als een lichtend voorbeeld voor anderen. Als één volk, als een vredesvolk.
Geen ander volk heeft zoo vreeselijk geleden, nimmer tevoren is zoo’n ontzettend vonnis uitgesproken en ten uitvocr gelegd over welke natie ter wereld ook, doch ook dat zal niet in staat blijken te zijn de hoop van het volk van Israël te doen wankelen.
93