„dood op — zal ook niet lang meer mee kunnen," fluistert hij en biedt een stuk van de courant aan, waar hij even tevoren nog zoo storend mee wapperde en waar men iets zeer leelijks over gedacht heeft.
En langzaam aan is men weer aan elkaar gewend, men haat elkaar niet meer en men verdraagt elkanders rimpels, couranten, oude boterhammen, snorken, zuur-zijn en neuriën. Men kan elkaar toch niet kwalijk nemen, dat het leven niet altijd lief en zonnig en vriendelijk wil zijn — niet zoo zonnig en lief en vriendelijk als men het b.v. Zaterdagavonds ziet in „Das blonde Abenteuer" met Larry Pieffke en Rosian Parrey. Men is nu eenmaal geen Larry Pieffke, die niets anders te doen heeft dan breede schouders te hebben en een hartenveroverenden glimlach, om al zingende alles tot een goed einde te brengen met Rosian Parrey. Kunststuk, om het niet tot een goed einde te brengen met Rosian Parrey. Maar daar moet men een smoking voor hebben, en een golfpak en een bridge costuum en verschillende huisjasjes met tressen en zijdenopslagen en een huisknecht, die je de visitekaartjes op een zilveren blad komt brengen. Op je eigen visitekaartje staat eerst groot de naam van je firma en dan tusschen haakjes