HUMANITEIT IN DEN VROEGTREIN.
Men voelt niet solidair 's ochtends in den vroegtrein derde klasse. Eigenlijk voelt men heelemaal niet. Er was een warm bed, waar men door een repeteerenden wekker wreed uitgejaagd werd en er was ijskoud water, waar men niet genoeg gebruik van maakte, omdat men nog vijf minuten na het repeteeren een beetje bleef liggen — in dat goede warme, vertrouwde bed — het eenige vertrouwde, wat men op zoo'n grauwen ochtend bezit. Want de vrouw is ook nog niet dat, wat ze later op den dag met een japon van „X en IJ zijn toch de beste" uit zich maken kan. De vrouw zou ook nog graag wat doorslapen, en het is geen pretje de kachel aan te moeten maken in niet al te flatteerend en dun nachtgewaad op een tochtigen, killen en donkeren morgen. En zoo wordt men dan na een vluchtig karig ontbijt en een knorrigen, spaarzamen en onroman-tischen dialoog het vijandelijke leven ingestuurd. Met een koffertje monsters en een derde klasse abonnement.
Men zal met dat koffertje monsters won