mijnheeren. En de Paps van Eelco, was dat geen mijnheer — op en top met Stetson-hoed, slobkousen en gouden vulpenhouder? — Wat mocht de kleine zachtmoedige Eelco in al deze lieden zoo afschrikwekkend onaangenaam gevonden hebben, om zich door het „meheir” tot razernij toe beleedigd te voelen? — En melk? — Onze nationale drank, het zuivelproduct, waarvan ons goedmoedig verwijzend spreekwoord „Melk is goed voor elk" zoo pleizierig van gewaagt. Waarom wilde Eelco geen mijnheer zijn, die melk tot zich nam? .... Ondoorgrondelijke wegen der raadselachtige kinderziel!
Zij lagen beiden over den grond te wentelen, de voormalige heilige en de pauper. De Paps en de Mams keken in verstarde ontzetting toe, de wanhoop nabij. En langzaam kwam de man met de fluitkikkers aanslenteren, die op zijn kans had gewacht. Bij zijn fascineerend snerpend geblaas keek Eelco op en liet zijn vijand terstond los. In plaats van de karige tien cent werd den koopman in de algemeene verwarring een kwartje in de hand gestopt.
Triomfeerend trok Eelco af, het kakelbonte ding vast tegen zich aanklemmend. De achterhoede vormden de volkomen vernietigde Paps en Mams, die zijn jasje en muts droegen....