Ondertusschen speelde zich op het terras het gebruikelijke fleurige gedoe af: havelooze mannen boden tijdschriften aan, waarvan de namen op een zekere levensblijheid wezen en de inhoud voor het vlug tevreden gestelde, naïeve gemoed der argelooze lezers sprak, die zich op het voorname terras bevonden, Een prettig verschijnsel, dat me leerde, hoe echte gedistingeerde deftigheid geenszins argelooze tevreden naïeveteit des geestes uitsluit, Lang-gestrekte gestroomlijnde auto's reden af en aan en kleine schooiers vochten erom de deinen open en toe te maken, om op deze manier een penningske te verdienen.
Edoch — er scheen dien dag iets met de penningskes te haperen. De loome lentedag had beurzen en harten traag gemaakt, en in plaats dat de jeugdige teleurgestelden zich op de schriele eigenaars der auto's wreekten, koelden zij hun spijtigheid — zooals dit meer gaat — op een totaal onschuldige, op het jongetje Eelco. Dit reeds toch al zoo geplaagde, zwaar beproefde kind werd het mikpunt van spot der kleine paupers. Nadat zij eerst onaangename aanmerkingen op zijn modieuze jas en buitenmodelsch mutsje gemaakt hadden, nam de aanvoerder, een jonge wilde met besmeurd gelaat en een gele en een