Maar waarom dwaal ik af over tanden en kunstenaars pratend, terwijl het een jongetje, Eelco genaamd, voorbeschikt is hier een rol te gaan spelen!
Een rol tusschen andere rollen, een sprekende, levende, ja domineerende rol tusschen z.g. stil spel. Want het publiek op het deftige terras muntte uit in deze moeilijke kunst: Men speelde nonchalante verveling, men „vertoonde" voorgewende onverschilligheid en zeer matige deelname in de banale dingen des levens. En het speelde goed, het publiek daar. Het spel was „net écht", wanneer ik het zoo eens mag uitdrukken, haast nog beter dan dat van de officieele acteurs in den officieelen schouwburg aan de overzijde van het terras. De uitstekend gekleede heeren en dames consumeerden hun Ali Baba-sorbets en andere fantastisch gedichte „Specialités de la maison" op afgetrokken vage onverschillige manier, ja, sommigen maakten er een gezicht bij, of het „Maison” haar verfrisschingen met een of ander vergif had gekruid, een ondankbare en overdreven geste, om hun voornaamheid te accentueeren.
Het jongetje was trots de verrukkelijke lentedag in een overjasje gehuld, dat op de laatste pagina van den heerenkleeding-naar-