waar wit haar onder uit kwam, betoogde vreedzaam, zachtzinnig en nadrukkelijk: „En toch mot je een eige kind niet zoo behandele, toch niet, zoo maak je juist datte ze niet gaan deuge. Schei nou maar uit met belle, kind.’
„Mins, bemoei je met je aage," riepen eenige toeschouwers spijtig en zich zelf juist erg bemoeiend. „Ga maar met mijn mee, meissie,” vervolgde de oude vrouw en ze keek wijs en een beetje vermoeid langs de schreeuwers heen.
Als door een tooverformule werd de deur opengetrokken — door 3 hoog — de Pa en de Moe.
Het meisje, zeer van haar luister beroofd, klom de eindelooze trap op, de sluier hing droef en slap. Familiegekrijsch verwelkomde haar met de melodie „Day in, day out" uit een gigantische luidspreker.
De vriendelijke oude vrouw zei tegen een paar katten, die weer voorzichtig teruggekomen waren, zachtjes alsof ze tegen kleine kinderen sprak: „Toute mense, hè, toute, kwaoje minse, he liefies."