toekomst — een toekomst zonder bommen, gasmaskers en schuilkelders — schuilkelders vooral — wie in een schuilkelder zit, heeft eigenlijk geen toekomst meer.
Maar de dienstbode, een heel ouderwetsche, een ontdekking, de ontdekking waar je een deeltje van je leven op gewacht heb, met een deemoedig breed hoofd en een duikelaarsfiguur, verder een toetje op haar goed vormeloos gezicht — deze ouderwetsche dienstbode dus had niet wijs kunnen worden uit wat de mijnheer van de „vergeving" door de telefoon gezegd had.
Ik dacht direct aan alle zonden die ik reeds achter den rug had, en de weinige, die ik helaas nog in 't vooruitzicht heb, maar de dienstbode hielp me uit den droom, door lijzig andere titels op te noemen van novelletjes die ik uit tijdverdrijf placht te schrijven.
„Het eene heette „Brandhout", telde ze aan haar afgewerkte vingers af (het moest „wrakhout" zijn) en zoo kwam ik langzamerhand tot de ontdekking dat de dienstbode met een mijnheer van een uitgeverij getelefoneerd had. Ik herinnerde mij haar zoo iets opgedragen te hebben op telefoongebied, alvorens ik met iemand, die plotseling leeren banden om een erwtensoepkleurig costuum droeg en vuur