daarvoor in de plaats kan ik me te goed doen aan leverworst, kaas, eieren en andere goede, eenvoudige producten, die me in het leven houden; en te bedenken, dat de eene kruidenier er nog bakker bij is — het geluk is werkelijk met me, het geluk en de lakverf. En Karei „As u die 50 cents niet van me aan-neme wil, veraffronteert u me, dus nou weet u het", waarschuwt hij me ernstig vermanend, u mot peterleeum hebben, en die krijgt u niet op de lat — u ziet er pipsig uit — ik haal een varkenslappie voor 14 cent. „Tegen het var-kenslappie protesteer ik, maar ik kan nog kaarsen op de lat krijgen en sardientjes ook. „Ook goed", zegt Karei, „dan heb u nog een paar cente op zak, een mensch mot altijd een paar cente op zak hebbe, anders voel je je zoo arremoeig."
Ik wist, dat die oude petroleumlamp niet genoeg licht zou geven — ik wist het van vroeger: eenbohème-kamertje bij een Poolsch-duitsche vrouw, een gammel bed, een paar, manke stoelen en een petroleumlamp. Er was altijd iets met die lamp — eens ging ze heele-maal niet aan, en ze was juist nog gevuld. Ik hoor den snerpenden gil van Frau Posansky ineens — „Mein Gott im Himmel, das schone Salatöl!" En ik zag haar voorzichtig de lamp