niet geweten, wat zenuwen, laat staan plein-vrees beteekende. O.a. besloop mevrouw Van Berch van Vleuten kasten, laatjes en alle andere soorten houtwerk eenige malen 's daags met een in terpentijn gedrenkt kwastje — „tegen den houtworm” verzekerde ze met een zoetelijk zelfbewust glimlachje. En o.a. had deze zelfde mevrouw met een soort van magie, die ik de strenge magie zou willen noemen, den werkeloozen kaaiwerker Karei tot een wonder van beschaafdheid in een wit met rood gestreept jasje gehypnotiseerd. Tijdens het z.g. ruwe werk, de huis-, gangen-, vensters- en trappen-bediende-af-deeling van zijn merkwaardig beroep, verscheen Karei in het practische, doch elegant uitheemsche, blauwe schort der Parijsche kellners uit de meer eenvoudige gelegenheden — o.a. door mevrouw Van Berch van Vleuten als geschenk voor Karei uit Parijs meegebracht. Hoewel dat donkere blauw zeer goed kleurde bij de witblonde haren en de uiterst lichte huidskleur van den aldus uitgedoste, was de aanblik, die Karei in het wit met rood gestreepte jasje bood, niet te overtreffen op het gebied van deftigheid en fatsoen. Ging Karei dan nog in genoemd gestreken en gesteven jasje rond met een korfje, waarin