KLEINE ONDERGANG.
Het eenige troostrijke in die nieuwe buurt scheen een man te zijn, die bereid was, om voor warme maaltijden te zorgen .... Verder had ik een visioen van tocht, dunne deuren, die treiterachtig zacht openwaaiden en een afschuwelijk vermoeden van kippenhokken in de achtertuinen. Ook had het naar spruitjes geroken, dien eenen keer dat ik mee geweest was om de etage te bezichtigen: een derde etage, flat — genaamd — van één der beide andere flats was dus de spruitjeslucht gekomen.
Mijn dood-ongelukkige huisgenooten wurgden me niet, toen ik me in sombere onverschilligheid en zure zwartgalligheid hulde. Ze somden integendeel geduldig de voordeelen van licht en lucht op, die de flat ontegenzeggelijk bood, lieten de kippenhokken alleen in m’n verbeelding bestaan, en spruitjes kregen volgens hen een heel ander aspect, wanneer men zelf ook kookte. „Nooit zal ik