ONDERGANG VAN HET AVONDLAND
Ik weet niet, waar die neger de gemoedsrust en frisheid vandaan haalde, om in de laatste trein ijverig zichzelf een les te overhoren. Nog minder begrijp ik de ongerepte verzorgdheid, die zijn uiterlijk nog op dat na-midder-nachtelijk uur kenmerkte.
Er bestaat misschien geen onfl'attanter en wreder verlichting dan het kale elektrische peertje in een spoorwegcoupé. Wanneer men hier enige graden onder nul bijvoegt, die nochtans gepaard gaan met een benauwde atmosfeer, blijft er van onze verschijning en die onzer medemensen niet veel meer over. Trouwens, ons uiterlijk kan ons op dat illusieloze uur onder het grimmige lichtje niet bijzonder veel schelen. Men ondergaat wel vaag een voorstelling van groenachtige gebarsten oude spiegels, waar ons onbekende levensmoede schimmen in weerkaatst worden, maar men geeft zich niet zozeer rekenschap ervan, dat deze fantomen onze medereizigers zijn. De in elkaar gezonken heer, die nu zwaar met open mond snurkt, begon misschien zijn reis als een elegant krachtig man. Ik neem graag aan, dat zijn slobkousen een mooie overgang vormden tot zijn pantalon en zijn das correct en met smaak gestrikt is geweest. Door de nonchalante houding, waarin de slaap hem dompelde, zag men nu een flink stuk van afgezakte hardblauwe sokken - zo
202