baar is op het gebied van verdere toeslagen als fooien en anderszins. De instelling der derdeklassecompartimenten ontbreekt te enen male bij de Étoile du Nord - niemand zou trouwens ooit de moeite gedaan hebben zo’n aardige naam te bedenken voor een trein met derdeklassepassa-giers: de Noordster, zo te zeggen. Eigenlijk is het heel plezierig met een behoorlijke boel geld te reizen in een trein met een mooie naam en ruime plaatsen.
Ik ken geen ressentiment (geloof ik tenminste) - ik denk, dat het iets hinderlijks is en samenhangt met ergens te kort gekomen te zijn, vernederd te zijn en ergens armoedig in een kruidenierswinkeltje of zo iets opgegroeid te zijn. Wat ik wel ken, is precies te moeten uitkomen met een erbarmelijk bedragje, om het retourtje derdeklas net nog even te kunnen halen met niet minder, maar om godswil niet meer dan dat. Dus geen fooitje voor de tramconducteur, waardoor je niet op tijd gewaarschuwd wordt. Goede dingen kunnen taxi’s zijn - geen lelijke tramgezichten te hoeven zien, die in elke tram steeds hetzelfde zijn met gapen, glimmende neuzen en lamlendigheid. En geen vaderlijke chauffeur die je bij je arm uit zijn taxi haalt of je breekbare waar bent en nog aan je paraplu denkt die je anders vergeten had. Zelfs geen vriendelijk glimlachje van de tramconducteur, want je bent een mens zonder fooitje. En het pindamannetje bij het station strak voorbijlopen - ook dat schiet er niet op over vandaag - het pindamannetje, dat voor drie centen een glimlachje heeft als een Hef, verschoten cadeautje. Maar alles is tot dusver goed gegaan - wanneer men zo
159