DAG VAN KLEINE DINGEN
IWant wie veracht den dag der kleine dingen?
Zacharia 4 : 10 ,
Dat reisje beloofde niet de minste perspectieven - ik nam mijn derdeklaskaartje in ontvangst, zoals men een onbenullig reclametje op straat aanpakt. Alleen kon ik het niet na een poosje weggooien - er was iets voor betaald, er zou een dienstje voor bewezen worden - men werd met enige andere min of meer uitgebluste lieden van de ene plaats naar de andere vervoerd. Even zo saai en mathematisch stipt als in de schoolopgaven: ‘A vertrekt om acht uur achtendertig naar Z. B en C stappen na tweeëndertig minuten te X uit, alwaar de trein zes minuten stopt. A heeft dan de coupé voor zich alleen en slaapt zesenveertig minuten. Hij wordt wakker, als de trein te Z aankomt. Hoe laat is A in Z?’
Als regel gaan in de schoolopgaven A, B en C met ferme energie blijmoedig op hun doel af om kilometers te tellen of elkaar de loef af te steken in het vlugge aankomen. Ik echter moest tegen mijn zin op kamers uit, in een vreemde stad, niet eens voor mezelf (waarvoor de góden me mogen behoeden). En al zou zich nog eens weer het onvermijdelijke en benauwende feit voordoen, dat ik tegen een zekere som het recht zou kopen op een deel van het home, de sfeer en de maaltijden van een mijner medeschepselen, dan draag ik tenminste de verantwoording
147