En alle onverbiddelijken en pedanten krijgen gelijk in het leven. Zelfs de badgasten van ƒ 2.75 met thee ’s middags gingen weg: een badgast is nu eenmaal kieskeurig, al zou hij bij zichzelf thuis ook ruzies en vlekken hebben en nooit een bad nemen. En na het vertrek van de laatste badgast moet de heer Davis, die ergens van voorname Engelse afkomst is, en van wiens vlekkig colbert zijn vrouw me de legende verhaalde, dat dit eens bol stond van de bankbiljetten, een soort spleen gekregen hebben en zonderling zijn geworden: ’Wekenlang zit ie voor zich uit te staren en verroert geen vin, en ik vrat mezelf op van sjagerijn en ellende. Al dat zand en die zooi water en die eeuwige wind, waar je geen asem door krijgen kan, wat de mensen eraan vinden mag me dooie tante weten. En geen gezellige buurlui om es een praatje mee te maken, alleen Home Zweet Home en Mon reep-pos naast je met d’r kouwe drukte en d’r Duitse dienstbode op een kopie. En op een dag gaat die Ouwe uit en komp met een mandolien terug van 40 centen, van de vendu. Nou vraag ik u, een mandolien, 4 dubbeltjes, waar je hier in Amsterdam 2 reclame rookworste voor krijgen kan. ’Speel op de mandolien, Zus,’ zeit ie, ’speel op.’ Dat arme wurm kruip tegen mijn an en zeit: ’Nee, Pa, ik kan niet spele.’ ’Mot jij me nou ook al peste,’ zeit ie weer en hij komp op der toe: ’Speel op, zeg ik je.’ ’Nou hè, ik gaan voor dat kind staan - dat kind is me alles -en ik zeg: ’Dat kind kan niet spele en hoef ook niet te spele, as ze d’r geen zin in hep, zwerrever.’ ’Zwerrever,’ zeit ie, ’zo, ben ik een zwerrever - en daar pakt ie me bij me strot en wil me wurrege.’ Mevrouw Davis barst in snikken uit en kleine zus huilt solidair mee. Ik denk aan mijnheer Davis, die daar nu in het winterlijk onherbergzame Zandvoort is achtergelaten, beladen met schuld en eenzaamheid en ongeluk. Ik heb de heer Davis eens horen zingen, toen hij bezig was met een karweitje, dat hij na maanden van werkloosheid gekregen had. Het klonk als