die ik verkeerd gedaan heb of verkeerd zal doen. Er was iets met muizen. Ineens weet ik, ontnuchterd door het spoorkaartjes-intermezzo precies en duidelijk, dat die buitenlandse mevrouw doodsbang voor muizen is, een hekel heeft aan katten, dat zij warm en koud stromend water, moderne meubels en huistelefoon wenst en erg gesteld is op een deftige omgeving. Ik had de kamers met de aardige ouderwetse meubels, de humanistische vrouw en de mooie belletjes-katten zo goed als gehuurd.
Wanneer ik een uitvoerige uitlegging aan de wijze, theo-sophisch-uitziende vrouw zal schrijven, begrijpt ze me misschien. Wellicht begrijpt ze ook [ze leest Dickens toch niet voor niets], dat ik toch nog een opgetogen brief met dankbetuigingen heb gekregen voor het werkelijk gedis-tingueerde home, waar men Engels spreekt en bridge kan spelen met een ritmeesters-weduwe der Blauwe Huzaren en andere lieden van standing - het home tegenover de Carlevliets.