zachtogige vrouw inwonen, die helemaal haar eigen gezicht droeg, zonder portemonnaie-masker, stands-masker of martelaars-masker. Ze vroeg alleen: ’Houden die mensen ook van dieren?’ zoals anderen gevraagd hadden: Zijn ze van de P.G. of R.K. of liberaal of wel rood, groen, zwart of bruin.
Ik had een paar vreselijke uren achter de rug. Had door verhuurlabyrinthen van domheid, enghartigheid en ongoedheid gedoold. Hier was de lucht klaar en rein [de katten werden door de vrouw en een model-kattebakcen-trale verzorgd]. De vrouw met het zachte uiterlijk was echtgenote en moeder geweest, zonder er veel ophef van te maken, zodat men niet het klassieke verhaal van de bovenaards goede [of slechte] echtgenoot te horen kreeg, nóch lofliederen op onbekende kinderen, die zo begaafd en oppassend waren en het zo ver gebracht hadden. Ze bood een kop thee aan, die geen persoonlijke belediging was,- doch geurig, sterk en precies goed van kleur. Natuurlijk huurde ik die kamers direct. Waar vindt men echte menselijkheid gecombineerd met volmaakt gezette thee, behoorlijk onderhouden, doch niet al te overdreven glimmende meubels uit het [laatste] goede tijdvak tussen 1840 en 1860, en gevoel voor humor, dat ontegenzeglijk de sympathie voor Shilas Wegg meebrengt? De katten moesten tot afscheid alle drie een kopje geven, en de vrouw gaf me een stevige en droge hand en wuifde me ook nog na.
II
De banken van de derde klas zijn hard en dit voelt men nog duidelijker, als men uitkijkt op de Etoile du Nord, die juist op ’t punt staat naar Parijs te vertrekken — Parijs ... Motregen, derdeklas-banken in een kale, onwelriekende coupé; stemmig-rijke tafellampjes bij zacht-verende kussens, de Etoile du Nord voor Parijs — het leven kent wel schrille tegenstellingen, o spleen de Paris.