„Maar”, voegde hij eraan toe, „één ding moet je mij beloven. Is je kind binnen het kwartier niet bedaard, dan haal je er onmiddellijk een dokter bij.”
Het moedertje beloofde dit en snelde vol verwachting naar huis. En zie, toen zij daar weder aangekomen was, lag haar kind rustig te slapen. „Goddank”, zuchtte zij verlicht. „Wat ben ik blij, dat ik naar u geluisterd heb, juffrouw Sjouwerman! Wat een gesjiewes van een man! Hij stond dadelijk voor me klaar en wou geen cent van me afnemen. Maar u zal ik tracteeren voor uw goeden raad. Sjabbos stuur ik u een lekkere kip.”
Juffrouw Sjouwerman fluisterde even: Ach, nar-risjkat! Maar toen ze in haar gedachten een blanke kip op haar Vrijdagavond-tafel zag, lachte ze fijntjes en vertelde maar liever niets van de speld, die zij in de luier van het kind had gevonden. . ..
146