42
De Maaltijd en het Yoedsel.
3».Het wasschen der handen (נטילת ידים)•
• ITT * ־ J
Bij het nuttigen van spijzen en dranken behooren wij verschillende voorschriften in acht te nemen, waardoor wij ons als dienaren van onzen God on-derscheiden, ons lichaam heilig (קד1ש) en van alle onreinheid (טומאה) verwijderd houden. Deze voor-
T 5
schriften worden verdeeld in:
a. Het wasschen van de handen vóór den maal-tijd;
b. het uitspreken van lofzeggingen (ברכות) vóór en na den maaltijd;
c. het in acht nemen der spijswetten.
Zooals wij vroeger zagen (I, 16), moet men zich, behalve 's morgens na het ontwaken en bij ver-schillende andere gelegenheden, ook vóór eiken maaltijd, waarbij brood genuttigd wordt, de handen wasschen en de lofzegging ל נטילת ידים# uitspreken.
Dit wasschen van de handen moet geschieden met water, dat zuiver, onveranderd van kleur en voor geenerlei arbeid gebezigd is en met een vaat-werk dat geheel en ongeschonden is en een inhoud heeft van minstens 12/י middelmatig ei, terwyl het water door toedoen van menschelijke kracht uit het vaatwerk over de handen moet gegoten worden.
Nadat de handen in ruime mate (ten allerminste