121
van ouders, kinderen, echtgenooten, broeders en zusters, hetzij van vaders of moeders zijde.
Van het oogenblik des overlijdens totdat het graf gesloten is, heet hij, die het verlies van een der genoemde verwanten te betreuren heeft, klagende (אינן). In het algemeen gelden dan dezelfde plichten als in het daarop volgende tijdperk van rouw, be-halve dat den אונן ook het genot van vleesch en wijn verboden is en het hem daarentegen vrijstaat, lederen schoeisel aan te trekken en ter verzorging van de aangelegenheden des lijks of ter verrichting van andere onvermijdelijke bezigheden het huis te verlaten. De אונן is vrijgesteld van het opvolgen van alle ceremonieele geboden, als ׳ותפלה
ברכיה ,תפלין ׳ציצה enz., behalve op Sabbath- en feestdagen.
Gedurende de eerste zeven dagen na den dag der begrafenis (deze dag zelve medegerekend) duurt de staat van אבלות שבעה* אבלות). Alsdan zijn den treurende verboden: het uitoefenen zijner beroeps-bezigheden, baden, wasschen met warm water, het dragen van lederen schoeisel, zich van huis te verwijderen, regelmatig op stoelen, banken enz. te zitten, het aantrekken van nieuw gewasschen klee-deren, het lezen in Joodsche geschriften, behalve van bijzonder droevigen inhoud (als Jeremia’s boet-profetieën, Ijob, het Klaaglied enz.), iemand te begroeten of zijnen groet te beantwoorden. (Op den