119
uitverkoren, met bijzondere eer bedeelde personen, wien wij dus onbeperkte hoogachting en ontzag verschuldigd zijn.
Met klem en nadruk houden ons onze profeten en geleerden den duren plicht voor, om als waardige burgers het welzijn van den staat en zijne instel-lingen op iedere wijze te bevorderen, zijne wetten als voor ons onvoorwaardelijk bindend te beschouwen (׳דינא דמלכותא דינא, onze burgerlijke plichten in
T T : ־ : T
ieder opzicht nauwlettend en zonder verzuim te vervullen, en in het algemeen ons vaderland oprecht te beminnen en met liefde onze beste krachten aan zijne welvaart te wijden.
Verzet tegen of ontduiking van de lasten, ons als burgers van den staat opgelegd, wordt ons door onze geleerden in de scherpste bewoordingen verboden en met roof en diefstal op ééne lijn gesteld.
Onze liefde voor het vaderland moeten wij ook toonen door aanhoudend voor het welzijn van den vorst en de overheid te bidden, הוי מתפלל בשלומה הנותן תשו^ה] של מלכות].
Naast deze algemeene vaderlandsliefde is ons ten strengste voorgeschreven, het heilige Joodsche land met zijne grootsche herinneringen en onsterfelijke beteekenis voor de toekomst oprechtelijk te beminnen en te vereeren, steeds zijnen bloei en ontwikkeling te bevorderen, zijne onvermogende bevolking mild