115
het reeds, is het familieleven met zijn heiligenden invloed eene door God voorgeschreven, op liefde en trouw berustende instelling. Tal van voorschriften, reeds door ons behandeld, vinden op den bodem van het Joodsche huis hunne schoonste, zoo niet eenige toepassing. En aan den anderen kant is alleen daar, waar dit het geval is, een Joodsch huis in den ouden, eerbiedwaardigen zin van het woord gevestigd. De voornaamste dier voorschriften zijn :
a. Op het gebied der Thora-studie (הוי־ה) : beoe-
T
fening der H. L., zorg voor behoorlijk en voldoende godsdienstonderricht, aanwezigheid van een Séfer Thora en andere Joodsche geschriften, eerbiedige en vriendschappelijke bejegening van Thora-geleerden.
b. Op dat van den dienst en de vereering des Allerhoogst'en <rVTÜ}D: het uitspreken en voordragen der gebeden, lofzeggingen en godsdienstige zangen en het verrichten der huiselijke godsdienst-ceremoniën op gewone en buitengewone tijden ; getrouwe, bewuste en hartelijke viering van Sabbath-, feest-, treurdagen en andere bijzondere tijden; stipte, nauwgezette inachtneming der spijs- en kleedingswetten ; viering van alle bijzondere voorvallen in het leven naar Joodschen geest en opvatting; in het algemeen het planten en aankweeken van Joodschen zin en heilige liefde voor het Jodendom bij allen en alles, wat zich binnen de wanden onzer woning ontwikkelt.
c. Op dat van menschenliefde en milddadigheid
Wag. 111,8־*