106
want — ook verblijd te zijn met de blijden, deel te nemen aan hunne feesten, mede aan te zitten bij een godsdienstig vreugdemaal (יסעודת מציה/ bovenal verhooging der bruiloftsvreugde (׳(^מחת חת! וכלה
T ־ : I T T 5 ־ *
vormt een gewichtig deel onzer liefdeplichten. Ja, niet eens bij den dood eindigt de liefdadigheid. Want de schoonste, onbaatzuchtigste vorm van גמילוח חסדים is juist die van de verzorging van overledenen, die ons de weldaden hier op aarde niet meer vergelden kunnen, welke dan ook terecht חסד ואמה genoemd wordt (Gen. 47, 29).
Tot de gewichtigste en meest voorkomende uitingen van ג׳־ח behoort de zorg voor zieken, zieltogenden en afgestorvenen, alsmede de vertroosting der treurenden.
Onder ziekenbezoek בקור חולים) verstaat men: zich te begeven naar de woning van den zieke, hem, indien het hem geen last kan veroorzaken of vrees inboezemen, op eenen geschikten tijd persoonlijk te bezoeken en door ons gezelschap op te beuren, maar bovenal, en in de eerste plaats, te bidden om het behoud van diens leven, en voorts ons te overtuigen, dat zijne verzorging niet te wenschen overlaat, om daarin — zoo noodig — persoonlijk te helpen voorzien.
Bij ernstige en gevaarlijke ziekten zijn wij verplicht, op de omzichtigste wijze te bevorderen, dat de zieke — alvorens hij daartoe niet meer in staat is — de onontbeerlijke beschikkingen omtrent zijne