71
אתן לפעלי צדק ׳והוד en מלך עליון - en in מוסף האוחז - op יום הכפורים: in מורה - שחרית חטאים (naar אמרו ׳אדר יקר אלי ׳«החלה לדוד מ^שיה אלהינו׳ לאלהים enz- bijna al het volgende tot de סליחות - in ,האוחז ׳אשר אימתך - מוסף כל הנשמה enz tot ובכן תן פחדף ; in het schoone Chaldeeuwsche lied ׳אקדמוה
Tl t ־
waarin op שבעות bij het begin van de Thoralezing gezongen wordt van Gods grootheid, de hulde, Hem in de hemelen en op de aarde gebracht en Israëls geloof en verwachtingen;
in de lofliederen, שיתי היחוד genaamd, en bestemd,om bij den ochtenddienst van de verschillende dagen der week voorgedragen te worden, en bet Eerelied (שיר הכבוד) voor Sabbath- en Feestdagen
T ־
אנעים זמירות* .
3. Gods grootheid bezingen ook de Hemelsche tvezens, die wij Engelen (Q ומלאכי noemen. Deze
• T : ־
gedachte - wij zagen het reeds — ligt ten grondslag aan dat deel van de ׳ברכות ק״ש של שחר dat איופז heet. En dezelfde vormt ook den inhoud van eenige dichtstukken, die zich hierbij aansluiten, als: voor
לף אלים : שבת ר״ח ; voor «־1בעל : שבת בראשית התפארת ; voor ועתה בנים : שבעות יום א׳ ; voor ארחות אראלים : שבעות יום ב׳ en voorts aan eenige gedichten voor den Verzoendag, als: voor :שחרית י״הס זה אל זח שאלים ׳האדרת והאמונה ; voor מוסף י׳יהב :
T V: T : V I••־ ־ T • “S V V ׳י I