HET KLEINE MEISJE.
Dagelijks, het kleine meisje Met de waschmand aan haar heupen Langs het smeedsel van de leuning Kartelend bezij het brugje,
Dat te peinzen ligt op water Groenig, van het bruin-rood grachtje, Dagelijks, het kleine meisje Op het stil nadenkend brugje Naar de overzijde gaat zij,
Lachende, het kleine meisje
Met de waschmand aan haar heupen.
Dagelijks, aan open venster Waar hij luistert naar de woorden Die er komen uit het grachtje,
Het steen-roode bruine grachtje,
Met zijn stil geplante boomen,
Langs het ademende water En het ruggenbollend brugje, —