Altijd ontstaat een nieuwe God, wanneer De tijden rijp zijn en de menschheid gilt In haar opstandigheid om het aanjagende, Der naderende niet te stuiten vert. —
Zij roept een nieuwen God, en weet niet, dat Zij zelve is de godheid, die zij roept.
54
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.