Meta,... Hier ben ’k, Simon.
Simon. Geef je hand. Steviger, dat 'k weet hóé ’k ga----
Nou mot je beslissen, moeder.... ’r Is geen keus.... Voor mij kan ’r geen keus zijn, wat 'r verder gebeurt.... Gaan de luiken.... ?
Moeke Daar mot 'k over denken.... Dat maggen
we niet in opwinding.... ’r Zit te veel voor ons allemaal an vast....
Simon. Dan gaan we dan trekken we weg,...
Moeke.... Zou jij mijn zoon niet an z’n verstand brengen, dat-ie te hulpbehoevend is....
Meta.... Simon....
Simon.... Nee, jij niet. En m’n hand zoo vasthouen as daarstraks.... Wij twee hebben iets beters te beschermen dan ’n man, die met den Verlosser gesproken heeft. Bij mij zijn de luiken ’r voor, en ik wil geen onrust in m’n donkere kamer, als ’k later 'n kinderstem hoor Moeder ?
M o e k e.... As jij zoo makkelijk van 'n moeder weg ken gaan....
Simon. ’t Is niet makkelijk. Dat heb ’k getoond door m'n gelofte te breken en terug te keeren....
Moeke.... Wacht nog een, twee dagen....
Simon. Nee. Geen uur. Alleen as je — en alleen dan.
Moeke. Ik kan ’t niet, kan ’t niet....
Simon. Dag moeder.
Moeke. Ik geef je geen hand, nou je me zoo laag, zoo gemeen alleen laat....
Simon. Ik laat je niet alleen.
Moeke.... En jijzelf.... Je vergeet dat je....
Simon. Ik vergeet niks....En als ’k wat vergeet, is ’t niet mijn schuld. Je heb de keus gehad. Dag moeder, (zij beweegt niet, ook niet als Meta haar ’n hand wil geven.
86