Simon. Nee moeder. Ik reken af. Ik reken vandaag v o o r
’t laatst af Mag Arend de luiken? Ik vraag je o
Arend de luiken?----
Moeke. Menschen, m’n zoon is niet toerekenbaar.... Hij het zich dat van z’n oogen zoo angetrokken, dat-ie niet
weet wat-ie zegt.... Gaan jullie in Godsnaam weg----
Heb meelijjen met ’n ongelukkige, die....
Simon.... Je liegt, moeder____
Moeke. Laat mijn ’t raam____
Simon. M’n moeder liegt, menschen.... Ik kan niet ongelukkig zijn, omdat me zoo pas ’n wonder is overgebracht, dat ’k jullie niet mag vertellen, omdat jullie omdat jullie Laat me begaan, moeder.... Nou zijn jullie
stil, omdat je meelij met ’n blinde heb.... Drinkt niet meer.... Jullie en ik, we hebben van God ’n angstig-tij-delijk geschenk meegekregen, dat we hebben in te leveren, als we opgeroepen worden, om aan ’n paar alles-ziende oogen te zeggen hoe we onzen tijd gebruikten.... Drinkt niet meer.... Straks kommen jullie bij kinderoogen, ademen jullie bij kindermonden : drinkt niet meer.... Buiten schijnt de zon, buiten zijn boomen, bloemen.... Buiten zingen de vogels — buiten lacht de maan, beven de sterren:
drinkt niet meer Je begaat bloedschande aan je ziel....
Je pleegt overspel met ’t geschenk van onzen Heer, je goddelijk denken, je goddelijke rede, je goddelijk gevoel.... (Een stilte. Hij tast even rond, sluit het venster) Moeder.... Moeder, waar ben je?.... Moeder, hoor je niet?....
Moeke. (Uit de Tapperij terugkeerend) Hier ben ’k....
’k Heb die menschen verzocht weg te gaan....
Simon.... Weg te gaan?
Moeke Tot ’t schandaal van ’n zoon, die z’n moeder....
Simon.... Waar is Meta?
Moeke — (naar de tapperij wijzend).... Die zit te huilen.... Simon. (haar roepend).... Meta! Kom hier----
85